|
Ontwatering baggerspecie mbv geotubes
Auteur:
ing. André Nijland
PROMECO BV
postbus 94
5740 AB Beek en Donk
Tel: 0492-463903
Fax: 0492-465025
Email: info@promeco.nl
Web: www.promeco.nl
Over de Auteur:
Na de studies HLO-chemie en HBCS-cultuurtechniek is de auteur sinds 1984 werkzaam in de milieutechniek. Eerst aan de aannemerszijde als plantmanager grondreiniging en projectleider van diverse bodemsaneringsprojecten. Daarna als praktizerend adviseur bij bodem- en reinigingsonderzoek van land- en waterbodems, planvorming en uitvoering van projecten in binnen- en buitenland.
Samenvatting:
Adviesbureau Promeco uit Beek en Donk heeft, in samenwerking met Ten Cate Nicolon uit Almelo, een nieuwe methode ontwikkeld voor grootschalige ontwatering van baggerspecie. De nieuwe ontwateringsmethode wordt uitgevoerd met behulp van langgerekte 'worsten' van goed doorlatend geotextiel, de zogenaamde Geotubes. Via een aantal vulopeningen kan de baggerspecie rechtstreeks in de tubes worden gepompt, waarbij het water ontwijkt via het doorlatende geotextiel. Het geotextiel heeft hierbij een tweeledige functie: het fungeert als filterdoek (scheiding van water en sediment) en als steundoek (bijeen houden van de slappe specie). De ontwatering wordt versneld door toediening van flocculant (poly-electroliet).
De voordelen van dit nieuwe ontwateringssysteem zijn dat het goedkoper is dan conventionele technieken (besparingen tot meer dan 50%), het is energie- en milieuvriendelijk en het heeft een grote verwerkingscapaciteit (geen stagnatie van het baggerproces).
ONTWATERING BAGGERSPECIE MBV GEOTUBES
ing. André Nijland - PROMECO bv
Ontwikkeling Geotubes
Adviesbureau Promeco uit Beek en Donk heeft, in samenwerking met Ten Cate Nicolon uit Almelo, een nieuwe methode ontwikkeld voor grootschalige ontwatering van baggerspecie. De nieuwe ontwateringsmethode wordt uitgevoerd met behulp van langgerekte 'worsten' van goed doorlatend geotextiel, de zogenaamde Geotubes. Via een aantal vulopeningen kan de baggerspecie rechtstreeks in de tubes worden gepompt, waarbij het water ontwijkt via het doorlatende geotextiel. Het geotextiel heeft hierbij een tweeledige functie: het fungeert als filterdoek (scheiding van water en sediment) en als steundoek (bijeen houden van de slappe specie). De ontwatering wordt versneld door toediening van flocculant (poly-electroliet).
De voordelen van dit nieuwe ontwateringssysteem zijn dat het goedkoper is dan conventionele technieken (besparingen tot meer dan 50%), het is energie- en milieuvriendelijk en het heeft een grote verwerkingscapaciteit (geen stagnatie van het baggerproces).
In de tweede helft van de jaren tachtig hebben Promeco en Ten Cate Nicolon reeds geëxperimenteerd met slibontwatering m.b.v. geotextiel. Dit heeft toen geresulteerd in de productie van filterbags (Ø 1,5 m; L= 2,5 m), een soort big-bags van een speciale geotextiel, voorzien van ophangpunten en een vul- en een losslurf. In de jaren negentig heeft Ten Cate Nicolon de Geotube ontwikkeld voor waterbouwkundige toepassingen. Hierbij worden de geotubes hydraulisch gevuld met zand en gebruikt als bouwelementen voor kernopbouw van allerlei dammen, dijken en bermen.
De dimensionering van de tube (lengte, diameter, sterkte, doorlatendheid) voor de ontwatering van baggerspecie is variabel en afhankelijk van onder meer de projectgrootte, het debiet en de samenstelling van de baggerspecie. De geconfectioneerde Geotubes zijn gestandaardiseerd te verkrijgen met diameters van 1,5 tot 5,0 m en met lengtes tot 100 m. De sterkte en doorlatendheid van het doek kan worden gevarieerd, van geotextiel met een zeer hoge zanddichtheid (Geolon PET/PE 90) tot zeer doorlatend doek (Geolon PE 525). Met dit laatste doek heeft Promeco de beste resultaten bereikt bij de ontwatering van slib en baggerspecie.
Vorig jaar hebben Promeco en Ten Cate Nicolon een succesvolle ontwateringsproef met baggerspecie uitgevoerd met een geconfectioneerde (= in de fabriek gemaakte) Geotube met een diameter van 1,50 m en een lengte van 50 m. Omdat de geconfectioneerde zakken niet voorzien zijn van een sluitmechanisme en daardoor slechts eenmaal gebruikt kunnen worden, heeft Promeco samen met aannemer Mourik Groot-Ammers, gezocht naar een systeem dat meerdere malen kan worden hergebruikt. Op basis van meerdere proeven is er nu een systeem ontwikkeld, waarbij het doek 'vanaf de rol' wordt geleverd, met een minimum aan confectie. Door de toepassing van een speciaal sluitmechanisme, is het mogelijk gebleken uit dit 'doek van de rol' een tube te vormen en het geotextiel meerdere malen te gebruiken, waardoor de kosten van de slibontwatering nog verder kunnen worden gedrukt.
Toepassing Geotubes op baggerproject Oude Gracht - Eindhoven
De Oude Gracht is een ca. 2,5 km lange watersingel in het stadsdeel Woensel te Eindhoven. Door wegkruisingen is de singel opgesplitst in negen afzonderlijke secties, die door duikerelementen met elkaar in verbinding staan. Het totale wateroppervlak bedraagt ruim 7 ha; de breedte varieert van 10 - 100 m.
De waterpartij is van oorsprong een oude Dommel-arm, die vroeger bekend stond onder de naam "Dooygraeff". Het betreft een van de oudst bewoonde gedeelten van Eindhoven. In dit gebied zijn resten gevonden van grote Romeinse boerderijen. In de zestiger jaren hebben Eindhovense stadsontwikkelaars de Dooygraeff opgenomen in hun uitbreidingsplannen "Oude Gracht" en "Luytelaer", en hiermee de Dooygraeff nieuw leven ingeblazen.
Stedelijk baggeren
Door dichtslibbing is de waterpartij te ondiep geworden en wordt de waterkwaliteit nadelig beïnvloed. Doordat de verbindende duikerelementen eveneens zijn dichtgeslibd treedt wateroverlast op en kunnen de verzakte oevers niet goed worden onderhouden. Dit heeft weer tot gevolg dat zich op tal van plaatsen ongewenste vegetatie vestigt en dat het zicht op de watersingel verloren gaat.
Ten behoeve van onderhoud aan de Oude Gracht heeft adviesbureau Promeco, in opdracht van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling en Beheer van de gemeente Eindhoven, een plan en bestek gemaakt voor het baggerwerk en bijkomende werkzaamheden. Het werk is in december 2000 aanbesteed en gegund aan Mourik Groot-Ammers.
Het is een bijzonder werk gezien de grootte, de nieuwheidsaspecten en de gesloten keten baggeren - ontwateren - hergebruik in stedelijk gebied.
Het onderhoudswerk bestaat uit het stedelijk baggeren van ca. 25.000 m3 baggerspecie (klase 0-2) mbv een kleine, "buurt-en milieuvriendelijke" zuiger van aannemer Mourik uit Groot-Ammers. Het debiet bedraagt ca. 225 m3/uur, met een mengseldichtheid van 10-15% vaste stof (w/w). De ontgravingscapaciteit bedraagt ca. 300 situ-m3/dag.
De baggerspecie wordt via pijpleidingen naar een aan de gracht gelegen centraal werkterrein verpompt (grootste transportafstand is ca. 1.600 m). Via een stelsel van verdeelleidingen wordt de natte specie hier, onder toediening van een geringe hoeveelheid flocculant (0,0025%), ter ontwatering in de geotubes gepompt (Lengte = 40 m1 Vulvolume = 4 à 4,5 m3/m1). Het vrijkomende water wordt, na bezinking via een cascade-systeem, met retourleidingen teruggevoerd in de Oude Gracht (gesloten circuit).Na 2 à 3 dagen is de specie steekvast en worden de geotubes geopend en geleegd met behulp van een hydraulische graafmachine.
De ontwateringskosten bedragen globaal 25,- tot 30,- per situ-m3 (komt overeen met 18,- tot 22,- per ton), incl. kosten terreininrichting, handling en materiaalkosten.
Hergebruik baggerspecie
De verontreinigingsgraad van de baggerspecie uit de Oude Gracht is klasse 0 - 2 (zware metalen, PAK's, minerale olie). Gemiddeld bevat de specie 50% fijn zand, met sterk variërende humus- en lutum-gehalten. Na ontwatering wordt de specie gekeurd en getoetst voor hergebruik (Bodembeheersplan gemeente Eindhoven).
De ontwaterde, steekvaste specie wordt vervolgens ter plekke nuttig aangewend bij de ophoging van verzakte oevers en de aanleg van milieuvriendelijke oevers.
Vergunningsaspecten
Voor het baggeren en ontwateren is zekerheidshalve een WVO-vergunning aangevraagd en verkregen, hoewel deze werkzaamheden op basis van het eindrapport van de werkgroep "Kleine lozingen" onder de niet-vergunningplichtige activiteiten valt.
Op grond van het feit dat het gaat om een werk van tijdelijke aard, gelegen binnen de inrichting, is vrijstelling verkregen voor de Wet Milieubeheer.
Voor het hergebruik van de baggerspecie zijn de eisen en voorwaarden uit het Bodembeheersplan van de gemeente Eindhoven van belang. Daarnaast is voor het bergen van klasse 0-2 specie op de oevers ook het Besluit "vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen" van toepassing.
Voor meer informatie over over Geotubes en de toepassing van geotextiel bij de ontwatering van baggerspecie en slib, kunt u ook contact opnemen met Promeco (0492-463903). U kunt ook onze website raadplegen (www.promeco.nl ).
2e Nationale Slibcongres 2001
van Baggerslib naar bouwstof II
(c) Promeco bv
0492-463903
|
|