MEERWAARDE AAN RESTSTOFFEN DE BAKENS VERZETTEN

Auteur:
Ir. L.A.A.M. van Arendonk
Bestuurslid Centrum Immobilisatie (CIM) en directeur VBM/IMMO CV Maasvlakte
Postbus 14
3730 AA De Bilt

tel: 030-6943210
fax: 030-6993006
e-mail: leon.vanarendonk@grontmij.nl

Over de auteur:

Léon van Arendonk is werkzaam bij Grontmij en heeft vijftien jaar ervaring op het gebied van afval en milieu. Vanuit deze basis is hij intensief betrokken bij de ontwikkeling van activiteiten op de Maasvlakte. Als oud-bestuurslid van de Vereniging van Afvalverwerkers (VVAV) heeft hij plaatsgenomen in het bestuur van het Centrum Immobilisatie. Namens aandeelhouder Grontmij BRP is hij directeur van de VBM/IMMO CV Maasvlakte.

Samenvatting:

Residuen van baggerspecie zijn door koude immobilisatie te verwerken tot secundaire bouwstoffen. Deze voldoen aan daarvoor vastgestelde milieuhygiënische en civieltechnische criteria, zoals vastgelegd in het Bouwstoffenbesluit. De techniek is concurrerend met andere technieken, zeker wanneer op grote schaal residuen van baggerspecie worden geïmmobiliseerd.

Onderzoek heeft inmiddels uitgewezen dat immobiliseren van reststoffen mogelijk is van licht tot zwaar verontreinigde stromen. Tussen deze twee uitersten ligt een grijs gebied van stromen waartoe Klasse 4 baggerslib-residuen behoren. Op dit terrein levert koude immobilisatie een grote toegevoegde waarde. Geconstateerd is ook dat voor dit tussengebied nog geen eenduidige regel- en wetgeving is, dat echter wel ontwikkeld dient te worden.
Niet alle reststromen zijn te immobiliseren tot bouwstoffen van categorie 1 of 2 in het Bouwstoffenbesluit. Afhankelijk van de samenstelling van de stroom, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van organische (micro-)verontreinigingen of korrelstructuur, is immobilisatie momenteel te duur of te complex. Alternatieven worden ontwikkeld en op dat terrein ligt nog een grote uitdaging voor aanvullend onderzoek.