Berging baggerspecie scoort goed op milieueffecten
Het bergen van baggerspecie in zandwinputten of andere depots scoort op milieueffecten beter dan moderne verwerkingstechnieken zoals thermische immobilisatie en is vergelijkbaar met koude immobilisatie (De Ingense Waarden, 29 juni).

Dit is te lezen in een onlangs verschenen levenscyclusanalyse (LCA) van INTRON, onafhankelijk instituut voor kwaliteit in de bouwsector.

In het onderzoek, gedaan in opdracht van De Ingensche Waarden B.V., is een objectieve vergelijking gemaakt tussen de milieueffecten van berging in combinatie met zandwinning, berging in oude winput, berging in een speciaal aangelegd baggerdepot, koude immobilisatie met cement en thermische immobilisatie (zowel met sinter- als smelttechnieken).

Een milieugerichte levenscyclusanalyse (LCA) brengt alle milieueffecten in kaart die tijdens de gehele levenscyclus van een product optreden. In de al jaren durende discussie die onder beleidsmakers, probleemeigenaren, wetenschappers en vakmensen gevoerd wordt over mogelijke oplossingen van het probleem van het baggeroverschot, is nog nooit een volwaardige LCA gemaakt. Daarmee was een feitelijke vergelijking op milieueffecten van verschillende opties voor verwerking of berging van verontreinigde baggerspecie niet mogelijk. De huidige LCA brengt daar verandering in.

In deze LCA scoren de verschillende bergingsvarianten qua milieueffecten gelijkwaardig. Afgezet tegen immobilisatie zijn er verschillende voor- en nadelen van berging. Zo scoort berging ten opzichte van koud immobiliseren (met cement) beter op de effecten klimaatverandering, vermesting en humane toxiciteit, maar minder goed op de overige milieueffecten. De gunstigere scores voor koude immobilisatie komen voort uit de besparingen (op met name het asfaltpakket) die met het gebruik van het immobilisaat als wegfundering samenhangen.

Vergeleken met thermische immobilisatie (sinteren en smelten) scoort bergen op de meeste punten beter. Deze score hangt samen met het hogere energiegebruik bij thermisch immobiliseren. Dit geldt ook voor het aspect 'terrestrische ecotoxiciteit', waarin de milieueffecten van uitloging worden uitgedrukt. Bij de opwekking van energie (vooral elektriciteit) treden behalve emissies naar de lucht namelijk ook emissies naar de bodem op.

De Ingensche waarden B.V. is initiatiefnemer van twee gecombineerde zandwin-baggerbergingsprojecten (in Ingen en Wijk bij Duurstede). In een MER voor de locatie bij Ingen zijn lokale milieuconsequenties in kaart gebracht. Aanleiding voor de LCA is de behoefte van de initiatiefnemer om milieueffecten ook op een hoger schaalniveau in kaart te brengen. De centrale vraag in de LCA, met Ingen en Wijk bij Duurstede als referentiepunt, is welke optie voor berging/verwerking van baggerspecie klasse 3 en 4 de beste is binnen de huidige marktsituatie voor bouwgrondstoffen.

In de LCA is uiteraard alleen naar milieueffecten gekeken, niet naar financieel-economische aspecten. Als deze worden meebeschouwd, blijkt thermische immobilisatie niet alleen slechter voor het milieu, maar ook heel duur. Berging is van de onderzochte opties de goedkoopste en bevindt zich qua milieueffecten op een vergelijkbaar niveau als koude immobilisatie. Voor de ontdoener van baggerspecie betekent dit dat deze met hetzelfde budget en dezelfde impact op het milieu veel meer bagger kwijtraakt door berging dan door koude immobilisatie.

Bron: Bodemnieuws 2004-14 Niewsbrief