ALTERNATIEF VOOR GELDERS BAGGERBELEID IN ZICHT

(door Toine van Bergen)

Sinds het midden van de 80-er jaren van de vorige eeuw wordt de provincie Gelderland door Rijkswaterstaat en de waterschappen gewezen op het probleem dat de uitvoering van noodzakelijke baggerwerkzaamheden niet kan plaatsvinden vanwege het ontbreken van stortcapaciteit voor verontreinigde baggerspecie.
Met het oog op dit probleem werd door Provinciale Staten in 1990 een beleidsplan vastgesteld, waarin 10 zandwinplassen werden gereserveerd voor het storten van baggerspecie.
Inmiddels zijn er onder andere al depots gerealiseerd bij Drempt en bij Druten. Dat ging niet zonder slag op stoot. Met name bij de Kaliwaal in Druten heeft een plaatselijke actiegroep zich fel verzet tegen de slibstort. En op dit moment is er grote weerstand tegen de plannen om bij Ingen een grootschalige stort voor giftig slib te realiseren.
De vraag is, of al die actievoerders het mis hebben. Of zijn er redenen om teug te komen op de keus die Provinciale Staten in 1990 hebben gemaakt om 10 regionale slibstorten te realiseren?

Het adviesbureau Arcadis is door de projectontwikkelaar die de slibstort bij Ingen wil realiseren gevraagd om de milieurisico’s in kaart te brengen, in de vorm van een Milieu Effect Rapportage (MER). Zo’n rapportage is wettelijk verplicht om een milieuvergunning bij de provincie te kunnen aanvragen. Wie betaalt bepaalt, dus de initiatiefnemer, de Ingensche Waarden BV, gaat alleen akkoord met een rapport waaruit blijkt dat alles koek en ei is. Wie de MER leest krijgt inderdaad die indruk. Daarnaast wordt in een door van Waning en Arcadis gesponsord boekwerkje, gericht op het grote publiek, aangegeven dat die slibstort zo’n kwaad niet kan omdat de natuur zichzelf wel reinigt. Verzwegen wordt dat zeer giftige zware metalen als arseen en chroom zich vanuit dit soort storten gemakkelijk kunnen verspreiden, omdat ze oplossen in water.
Het gevaar van arseen voor de flora en fauna is algemeen bekend. Denk ook maar aan de commotie over de in de Waddenzee ronddobberende vaten.
Dat de plaatselijke visvereniging hier op zijn zachtst gezegd niet blij mee is laat zich raden.
Het is ook niet uit te leggen aan de Betuwse fruittelers, die (terecht) terughoudend moeten zijn met bestrijdingsmiddelen, maar van wie vervolgens wel het grondwater, waarop hun bomen staan, wordt vervuild.

Er zijn ook adviesbureaus die een andere mening hebben. Zo pleit Boskalis Dolman BV er juist voor om baggerslib niet in een zandgat te dumpen, maar te ontwateren, en van (her te gebruiken) zand te ontdoen. Vervolgens kan voor een deel van de verontreiniging (zoals ook Arcadis beweert) de natuur haar werk doen. Achterblijvende zware metalen kunnen door chemische processen (bijvoorbeeld extreme verhitting) onschadelijk gemaakt worden.
De mogelijkheden zijn er dus wel degelijk om verantwoorder met baggerslib om te gaan dan nu gebeurt. Het probleem betreft met name de kosten. Op de langere termijn zal er gewoon meer geld vrij moeten komen voor de verwerking van baggerslib. Het is niet te verwachten dat het huidige kabinet hierin wil investeren.
Maar Minister Dekker van VROM biedt wel een tijdelijke oplossing: ze onderzoekt serieus of er niet teruggekomen moet worden op de regionale slibdepots, door één landelijke oplossing te kiezen. Die kan bijvoorbeeld bestaan uit het scheppen van extra opslagruimte voor baggerslib op de Maasvlakte.

De provincie Gelderland zou die handreiking van Minister Dekker met beide handen moeten aanpakken. Ze slaat daarmee immers meerdere vliegen in één klap. Het Gelderse milieu is ermee gediend. De maatschappelijke weerstand tegen de Gelderse slibstorten is gigantisch. Dat betekent dat er nu al veel capaciteit van ambtenaren verloren gaat aan de behandeling van duizenden bezwaarschriften tegen de Milieu Effect Rapportage. Bovendien wordt dan voorkomen dat het rendement van eerder voor de ontwikkeling van de recreatie in de Betuwe geïnvesteerde gelden verdwijnt. Wie wil er immers de komende tientallen jaren nog over de dijken fietsen en wandelen als de rust wordt verstoord door de werkzaamheden rond de aanleg van slibstorten?
En tenslotte ontstaat er, als de door zandafgraving ontstane plassen niet meer worden dichtgegooid met slib, extra waterberging. Waarmee een extra bijdrage wordt geleverd aan het project "Ruimte voor de rivieren".

Het is trouwens wel duidelijk waarom het Ministerie van VROM druk op zoek is naar alternatieven voor het storten van slib in de natuur. Onlangs ontving de Staat der Nederlanden een officiële brief van de Europese Commissie, waarin erop werd gewezen dat er waarschijnlijk sprake is van overtreding van de Europese Vogelrichtlijn, door het storten van baggerslib in de Kaliwaal bij Druten. Dat zou betekenen dat ons land binnenkort gigantische boetes uit Europa tegemoet kan zien. En als deze regering ergens gevoelig voor is, dan is het wel voor de (euro)centen.


Toine van Bergen is namens de Socialistische Partij lid van de commissie Economie en Milieu van de provincie Gelderland