Ingezonden brief, de Gelderlander (12 januari 2004)
'Baggerberging goed voor milieu!!'
Ing. Dick van Waning
De stort van vervuild slib in de Ingense zandput ligt onder vuur. Ondernemer stelt dat de risico's gering zijn .
De Ingensche Waarden BV wil de zandwinput in Ingen verder uitdiepen en inrichten als baggerdepot. Hiermee speelt het bedrijf in op een nationaal overschot van 200 miljoen kuub verontreinigde bagger en een groot tekort aan opslagcapaciteit. Voor het project is nu een milieueffectrapportage (mer) opgesteld waarbij inrichtingsoplossingen onderzocht zijn op de milieueffecten. Ik wil reageren op de balangrijkste stellingen die Stichting 'Red de Betuwe!' heeft geformuleerd tegen de aanleg van dit slibdepot.
Door concentratie van gevaarlijke stoffen in een baggerdepot zouden onverwachte chemische reacties optreden. In bestaande slibdepots hebben zich nog nooit dergelijke reacties voorgedaan. Zowel het RIVM als het RIZA achten dit uitgesloten.
Het verplaatsen van het rivierslib naar een baggerdepot zou geen wezenlijke oplossing zijn voor een maatschappelijk probleem. Alle studies tonen het tegenovergestelde aan. Micro-organismen breken de organische verontreinigingen af. Zware metalen worden vastgelegd in immobiele stoffen en zijn zo op veilige en grote afstand van levende organismen.
Door het verdiepen van de zandput van 20 naar 40 meter zouden dijken en huizen verzakken met gevaar voor overstroming en instorting. Uit de MER blijkt dat het verdiepen van de zandput niet risicovol is. In ons land is zonder gevaar voor de dijken uit veel diepere putten zand gewonnen. Bewoners zouden een te hoge prijs betalen door het huidige landschap gedurende 30 jaar op te offeren.
De verdere verdieping van de zandput neemt twee jaar in beslag. De baggerspecie wordt aansluitend in tien tot vijftien jaar aangevoerd. De Ingensche Waarden wil het, als dat kan, veel sneller doen. Slibstort zou een regelrechte bedreiging vormen voor land- en tuinbouw in de uiterwaarden ten noorden en zuiden van de Rijn en Lek. De aangeduide gebieden zullen juist verbeteren, doordat de vervuilde bagger uit de rivier, sloten, kanalen en uiterwaarden verwijderd wordt. Milieunormen zouden onvoldoende worden gehandhaafd, omdat de provincie Gelderland en Rijkswaterstaat zelf de controle uitvoeren.
De baggertransporten worden door gezaghebbende instanties goed in de gaten gehouden. Zodra er een vreemd, niet weken van tevoren aangekondigd transport verschijnt, wordt het werk direct stilgelegd en onderzoek gedaan. Dit wordt in de vergunning geregeld. Op overtreding daarvan staat maar één sanctie: het schorsen van de vergunning.
Slibstort zou extreem gevaarlijk zijn, omdat stoffen zich altijd horizontaal in de zandlagen verplaatsen. Het grondwater in de Betuwe zou binnen een maand verontreinigd zijn. Grondwaterstroming vindt inderdaad met name in horizontale richting plaats, maar het risico voor besmet grondwater is nihil. De maximale verspreiding van de meest mobiele stoffen is 300 meter in 10.000 jaar. De dichtstbijzijnde waterwinning ligt op 5,5 kilometer afstand in een andere richting en is bovendien buiten gebruik gesteld. Het aanbrengen van een 1 meter dikke isolatielaag op de putbodem zou niet of niet afdoende controleerbaar zijn.
De meetnauwkeurigheid is door ondermeer GPS en daaraan gekoppelde elektronische meetsystemen nauwkeuriger dan ooit. Vele depots zijn op deze wijze voorzien van nauwkeurig te meten isolatielagen. Zandwinning en baggerberging in het unieke Gelderse rivierenlandschap zouden te belastend voor het milieu zijn. Door geconcentreerd storten neemt de emissie van schadelijke stoffen naar het milieu met 98% af. Het milieu van het unieke rivierengebied wordt daarom juist verbeterd.
De belevingswaarde van de burger over zijn omgeving zou niet worden meegenomen.
De maatschappelijke weerstand tegen het project is begrijpelijk. Daarom is twee jaar geleden, nog voordat de MER-procedure van start ging, een voorlichtingsavond in Ingen gehouden en een bewonerskrant uitgebracht. Op. www.ingenschewaarden.nl staat veel informatie over het project. Er is geen sprake van het 'doordrukken' van een plan. Op maar liefst vijf trajecten kunnen zienswijzen ingebracht worden, bestaat de mogelijkheid van bezwaar en ook nog eens van beroep.